Vladeracken PrijsWaarde Methode

(Publicatiedatum 12 februari 2018)

Inleiding

In het beheer van het vermogen van onze cliënten hanteren wij verschillende strak gestructureerde modellen. Grofweg kunnen deze modellen worden ingedeeld in een Technische MomentumAlgemene term die gebruikt wordt om de snelheid van bepaalde koersbewegingen weer te geven. Het momentum meet de prijsverandering van een aandeel of index in een bepaalde periode en kan in absolute zin of als ratio worden weergegeven. Het is een oversold/overbouhgt indicator. In vergelijking met de FracMom is de Mom in het algemeen sneller in het tonen van divergentie bij bodems. Het wordt berekend door de koers van x dagen geleden af te trekken van de koers van heden. Copyright Vladeracken modellen (de Selectoren geheten) en een fundamenteel waarde model, de PrijsWaarde Methode. In dit stuk geven wij een toelichting op deze methodiek.

Waarde beleggen

Beleggers die keuzes maken op basis van de onderliggende waarde van hun beleggingen worden ook wel Waarde Beleggers genoemd. Zij proberen de fundamentele waarde van een onderneming in te schatten en kopen dan de aandelen als zij die goedkoop achten en verkopend e aandelen weer als zij die te duur achten. De waarde wordt ingeschat aan de hand van specifieke grootheden die uit de jaarrekening van de onderneming worden afgeleid. Er wordt hier dus niet gekeken naar marktgedrag maar naar grootheden zoals RendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken op Eigen VermogenHet gestort kapitaal + alle reserves + ingehouden winst (zie ook boekwaarde). Copyright Vladeracken, Kasstroom, etc. Een beroemde belegger die volgens dit principe werkt is bijvoorbeeld Warren Buffett (Berkshire Hathaway).

PrijsWaarde

In de fundamentele aanpak van Vladeracken zoeken wij naar aandelen waarvan de Prijs lager ligt dan de Waarde. Daarom hebben wij de methode de PrijsWaarde Methode genoemd. Maar de vraag is dan natuurlijk hoe wij een waarde bepalen? In onze aanpak gebruiken wij daarvoor twee grootheden:
1. Het rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken op het eigen vermogenHet gestort kapitaal + alle reserves + ingehouden winst (zie ook boekwaarde). Copyright Vladeracken, het REV en
2. De groei van het eigen vermogenHet gestort kapitaal + alle reserves + ingehouden winst (zie ook boekwaarde). Copyright Vladeracken per aandeel, de EVpA

Rendement op Eigen Vermogen

De aandeelhouder stelt kapitaal beschikbaar aan de onderneming. Dat kapitaal is het Eigen VermogenHet gestort kapitaal + alle reserves + ingehouden winst (zie ook boekwaarde). Copyright Vladeracken van de onderneming. De opdracht aan de onderneming is om dit kapitaal zo aan te wenden dat er rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken gemaakt wordt. De onderneming gebruikt het geld daarom om te investeren, mensen aan te nemen, een kantoorpand of fabriek te huren of te bouwen etc. in de hoop daarmee zoveel geld te kunnen verdienen dat er elk jaar een dividend aan de aandeelhouder kan worden uitgekeerd als vergoeding voor het beschikbaar gestelde kapitaal. Er moet dus een rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken gehaald worden op dat eigen vermogenHet gestort kapitaal + alle reserves + ingehouden winst (zie ook boekwaarde). Copyright Vladeracken.

Wij eisen van de ondernemingen, dat zij minimaal 12% per jaar rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken op eigen vermogenHet gestort kapitaal + alle reserves + ingehouden winst (zie ook boekwaarde). Copyright Vladeracken maken. Alle ondernemingen, die een REV behalen van minder dan gemiddeld 12%, gemeten op een termijn van 5 tot liefst 10 jaar vallen af als aankoopkandidaat.

Groei van het eigen Vermogen per Aandeel

Een belegger die dividend krijgt heeft twee keuzes. Hij kan het dividend opeten of hij kan het dividend opsparen. In het laatste geval moet hij voor de ontvangen dividenden een nieuwe investeringsmogelijkheid zoeken. Aan de andere kant is er de onderneming die natuurlijk alle winst zou kunnen uitdelen als dividend, maar dan geen middelen meer overhoudt om de onderneming te kunnen laten groeien. En waarom zou u als belegger het erg vinden als de onderneming slechts een deel van de winst uitkeert als dividend en de rest gebruikt om de onderneming en haar kapitaal te laten groeien. Het gevolg is dan dat uw dividendstroom uiteindelijk elk jaar groeit. En omdat er zoiets is als inflatie wilt u op termijn uw inkomsten wel zien groeien.

Wij eisen van een onderneming dat er voldoende winst wordt ingehouden om het Eigen VermogenHet gestort kapitaal + alle reserves + ingehouden winst (zie ook boekwaarde). Copyright Vladeracken per Aandeel met ten minste 10% per jaar te laten groeien, ook weer gemiddeld over 5 tot 10 jaar (afhankelijk van de beschikbaarheid van data). Alle ondernemingen, waarvan het Eigen VermogenHet gestort kapitaal + alle reserves + ingehouden winst (zie ook boekwaarde). Copyright Vladeracken per Aandeel gemiddeld gesproken met minder dan 10% stijgt vallen af als aankoopkandidaat.

Consistentie en groei

Er zijn bedrijven (bijvoorbeeld cyclische ondernemingen als staalfabrikanten) die het ene jaar enorm goed cijfers laten zien en het volgende jaar heel zwakke cijfers. Gemiddeld gesproken ove reen periode van 10 jaar zouden deze ondernemingen toch aan de gestelde twee criteria kunnen voldoen. Maar de resultaten van dit soort bedrijven zijn van jaar op jaar niet erg betrouwbaar. En wij houden van stabiele lange termijn groeiers. Dat betekent dat wij graag zien dat de resultaten een volatiliteitDe beweeglijkheid van prijzen. Copyright Vladeracken laten zien van minder dan 9% van jaar op jaar (Standaard deviatie van de resultaten < 9%) en dat de richting van de ontwikkeling van de REV positief is maar niet te positief. Als een onderneming in het laatste jaar ineens een REV van 50% laat zien, dan zou het gemiddelde best boven 12% kunnen liggen maar, omdat het hier wellicht om een eenmalige uitschieter gaat, voldoet de onderneming niet aan het criterium als dit ene jaar eruit gehaald wordt. Daarom willen wij ook nog een richtingscoëfficiënt van de REV-ontwikkeling zien die groter is dan -/- 0,55% (een lichte daling mag dus wel, maar gemiddeld gesproken moet de REV van jaar op jaar een relatief goede consistente lijn laten zien).

Het gaat om de toekomst

Het vinden van de historische gegevens is nog relatief eenvoudig. Maar uiteindelijk is de belegger niet geïnteresseerd in wat er gebeurd is, maar in wat hij mag verwachten van een onderneming. En dus moet het model worden aangevuld met de taxaties van analisten, liefst 2 of drie jaar vooruit. Als die cijfers gevonden zijn, dan toetsen wij ook de vraag of de onderneming in kwestie in de schattingen van de analisten in de komende paar jaren aan de criteria zullen blijven voldoen. Dit is enigszins “koffiedik kijken” want ook analisten zitten regelmatig en dan vaak ook nog collectief fout. Daarom willen wij de onderneming ook goedkoop kopen, zodat er ook nog een marge voor fouten ingebouwd wordt. Maar hiermee vangen wij in elk geval die ondernemingen af, die naar de inschatting van analisten in de komende jaren niet meer aan de criteria zullen gaan voldoen.

Het universum

Deze twee criteria zijn natuurlijk niet voor niets zo afgesteld. Wij hebben dit model onderzocht gedurende de periode van januari 1993 en begin 2004 voor de Nederlandse beurs. Wij hebben daarbij ook de ondernemingen bekeken die in die periode van de beurs zijn afgegaan als gevolg van overnames, faillissementen etc. Inmiddels hebben wij een database opgezet van 558 ondernemingen met een Europese beursnotering. In de deze database worden elk jaar alle jaarverslaggegevens ingelezen die nodig zijn om de ontwikkeling van de REV en de EVpA te kunnen berekenen.

De spoeling is dun

Als wij deze criteria op de lijst van 558 ondernemingen loslaten, dan komen daar (meting eind 2017) 41 ondernemingen uit, die daaraan voldoen. Alle andere (dus meer dan 90%) presteren minder goed. Maar 41 ondernemingen is voldoende om aan een nader onderzoek te onderwerpen. Want nu moet er nog bepaald worden of de ondernemingen gezond zijn en of de aandelen op het moment van beoordeling goedkoop genoeg zijn.

Balansverhoudingen en financiële gezondheid

In de database worden verder nog balansgegevens opgenomen want wij willen ook nog een oordeel kunnen hebben over de vraag of een onderneming wel voldoende goed is gefinancierd. Imtech voldeed aan beide criteria (REV > 12% en groei van EVpA > 10%), maar de onderneming was veel te scherp gefinancierd en ging daardoor toch failliet toen bleek dat een deel van de cijfers vanwege fraude binnen het bedrijf niet in orde waren. Wij hebben dat destijds niet op tijd gezien en hebben daarom sindsdien ook een balanstoets opgenomen.

Een harde eis is het niet, maar het liefst zien wij een Schuld / eigen vermogenHet gestort kapitaal + alle reserves + ingehouden winst (zie ook boekwaarde). Copyright Vladeracken-verhouding (Debt to Equity) van minder dan 0,5 en een verhouding tussen het lange vreemde vermogen en de totale schuld van meer dan 0,5.

Volgende stap in de analyse

Als een onderneming door onze gehele selectie is heen gekomen, dan moet er vervolgens gekeken worden op welke prijs het aandeel goedkoop genoeg is om het aan te kopen en wanneer het bedrijf juist te duur is geworden en er derhalve verkocht moet worden. Daarvoor worden een aantal berekeningen uitgevoerd.

Toekomstige waarde per aandeel

Om de toekomstige waarde van een aandeel te kunnen bepalen (over vijf jaar), kijken wij naar de vraag wat de winst per aandeel zal zijn over vijf jaar, berekend op basis van de verwachte en historische REV. Vervolgens kijken wij naar de gemiddelde koers/winstverhouding, waartegen het betreffende aandeel over een periode van 10 jaar of langer is verhandeld. Die gemiddelde verhouding maal de verwachte winst per aandeel over vijf jaar levert onze toekomstige prijs van het betreffende aandeel over vijf jaar op.

Wat is duur en wat is goedkoop

Statistisch blijkt dat de gemiddelde aandelenbelegging 9% per jaar groeit (wanneer geschoond wordt voor ondernemingen, die failliet gaan of in het geheel niet groeien). Als wij de waarde over vijf jaar dus met 9% per jaar terugrekenen, dan komt daaruit een huidige prijs uit die in feite de gemiddelde marktwaardering vertegenwoordigt. Een onderneming is dan niet goedkoop, maar marktconform gewaardeerd. En wij zoeken de beste en goedkoopste aandelen, niet de gemiddelde gewaardeerde aandelen.

De marktconforme prijs is daarmee een verkoopgrens.

Wat is dan de koopgrens?

Om tegenvallers in onze analyses te kunnen opvangen hebben wij gekeken naar de vraag hoe groot de disconteringsvoet moet zijn om nog wel voldoende kandidaten te vinden en tegelijkertijd ook genoeg winstmarge in te bouwen. Gebleken is dat bij een groeivoet van 16% er regelmatig nieuwe koopkandidaten opdoemen. Wordt het percentage hoger gemaakt, dan zijn er te weinig koopkandidaten door de jaren heen, wordt het percentage kleiner gemaakt, dan is er onvoldoende ruimte om winst te maken met de aankoop van die aandelen. En dus rekenen wij de koopgrens uit door de waarde over vijf jaar met 16% per jaar naar vandaag terug te rekenen.

Koop- en verkoopgrenzen

Op deze manier kan op elk moment een koop- en verkoop grens worden berekend. Wij moeten daarna alleen nog de koersontwikkeling op de beurs in de gaten houden en reageren als een van de beide grenzen gebroken wordt. Nu leert de ervaring dat een aandeel waarvan de koers door de koopgrens omlaag zakt niet perse direct gekocht moet worden. Het is nooit zomaar dat een koers daalt en vaak zakt de koers daarna verder. De fundamentele gegevens die gebruikt worden, staan in jaarverslagen en die worden meestal pas in de loop van april volgend op het jaar waarin de resultaten zijn gecreëerd gepubliceerd. Er zit dus een forse vertraging in de statistische gegevens die wij gebruiken. Ook dat kan betekenen dat de berekende grenzen in feite al niet meer geheel accuraat zijn. En ten slotte leert de ervaring ook dat markten vaak de neiging hebben om te overdrijven, zowel naar beneden als naar boven toe. En het kan dus de moeite lonen om zowel met aankopen als met verkopen te wachten tot de markt voor het aandeel daadwerkelijk draait. Wij passen dus nog een technisch oordeel toe alvorens definitief tot een transactie te besluiten.

Beleggingshorizon

De aanpak binnen de PrijsWaarde Methode ondersteunt typisch niet een korte termijn handelsstrategie. Eenmaal gekochte aandelen kunnen jarenlang in de portefeuille blijven zitten. Immers, als de onderneming blijft voldoen aan de groeicriteria en nooit echt te duur wordt, dan zal de toekomstige waarde elk jaar weer oplopen en kan de koers van het aandeel jaarlijks met 12 tot 16% stijgen zonder dat het ooit verkocht hoeft te worden. Dit wordt ook wel een “buy-and-hold”-strategieQuis est tam dissimile homini. Cur id non ita fit? Tum Triarius: Posthac quidem, inquit, audacius. Ut proverbia non nulla veriora sint quam vestra dogmata Copyright Vladeracken genoemd. Maar deze strategieQuis est tam dissimile homini. Cur id non ita fit? Tum Triarius: Posthac quidem, inquit, audacius. Ut proverbia non nulla veriora sint quam vestra dogmata Copyright Vladeracken heeft een heel groot nadeel. Als aandelenmarkten als geheel in paniek raken, dan worden goedkope aandelen almaar goedkoper. Verkopen heeft dan geen zin, maar daardoor wordt wel een soms fors koersverlies geleden. Uiteindelijk wordt dat wel ingelopen, maar dat kan lang duren en vraagt dus soms veel geduld en stalen zenuwen. Deze strategieQuis est tam dissimile homini. Cur id non ita fit? Tum Triarius: Posthac quidem, inquit, audacius. Ut proverbia non nulla veriora sint quam vestra dogmata Copyright Vladeracken is dus echt niet zonder risico!

Statistieken

Er zijn heel veel statistieken te berekenen op de resultaten van deze methode. Wettelijk zijn verplicht grootheden als gerealiseerd netto rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken (Netto R), Total Cost of Ownership (TCO), Risico als gemeten m.b.v. de standaarddeviatie van de resultaten (StDev). Wij hebben deze methodiek in de praktijk actief toegepast sinds 2004 en wij hebben het universum naar Europa uitgebreid in 2012. Alle hier gepubliceerde getallen zijn gebaseerd op de door ons al jaren geadministreerde modelportefeuille, de portefeuille die feitelijk en volledig op basis van de PrijsWaarde Methode wordt belegd.

Jaar 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Netto RendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken 8,4% 10,9% -/- 16,0% 23,4% 0,2% 12,5%
StDev 19,3% 7,0% 13,6% 12,8% 9,1% 8,3%
TCO 1,5% 1,5% 1,4% 1,5% 1,5% 1,4%
TCO incl perf fee 1,5% 1,5% 1,4% 1,5% 1,5% 1,4%

* In 2012, 2013, 2015 en 2017 werd weliswaar de doelstelling van 8% verslagen, maar er stond nog een in te lopen verlies open uit 2008. Er is in die jaren daarom geen prestatievergoeding berekend.

Voor een uitgebreide toelichting over het begrip TCO verwijzen wij u naar onze speciale toelichting hierover op onze website. Wij volstaan hier met aan te geven dat dit percentage het totale kostenpercentage is, dat onze eigen kosten voor beheer omvat (incl. BTW), alle transactiekosten, maar ook alle kosten zoals die door de fondsen zelf in rekening gebracht worden. Het getoonde resultaat is inclusief, dus na aftrek van alle kosten (de TCO). Wat hier overigens niet in is opgenomen is het verschil tussen de bied- en laatkoersen, dat op de beurzen soms bestaat. Vooral bij zeer illiquide beleggingen speelt dit een rol, maar in dit model wordt juist alleen naar liquide beleggingen gekozen en is dit onderdeel van de TCO verwaarloosbaar klein. Bovendien wordt met werkelijk verhandelde koersen gewerkt en zijn deze kosten voor zover zij voorkomen volledig in het Netto RendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken verwerkt.

Toezichthouders maken een onderscheid tussen een te verwachten TCO (TCO ex-ante) en een gerealiseerde TCO (TCO ex-post). De TCO in de tabel is een ex-post TCO. De ex-ante TCO schatten wij in op ongeveer 1,5% per jaar. Het feitelijk percentage zal meestal rond dit percentage uitkomen tenzij de benchmark (8% netto rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken per jaar) wordt overschreden. Want in dat geval is sprake van een extra prestatievergoeding van 15% excl. BTW van het resultaat dat boven de doelstelling van netto 8% (dus inclusief overige kosten) uitstijgt. Per % surplusrendement zal de ex-post TCO dus ongeveer 0,17% hoger uitvallen. Er is overigens wel sprake van een “high watermark”, verliezen uit het verleden moeten eerst worden ingelopen alvorens de doelstelling wordt berekend die overschreden moet worden.

Daarnaast kan de transactiefrequentie van invloed zijn op de TCO ex-ante. Gemiddeld worden er 21 transacties per jaar gedaan (gemeten vanaf 1 januari 2005), maar dat aantal kan oplopen tot wel 52 (1 per week) en meer (maximaal 2 per week).

Gemiddeld rendement sinds 1993 / 2005 en risico

Sinds 1993 hebben wij gegevens voor deze aanpak. In al die jaren (ruim 25 jaar) is het gemiddelde jaarlijkse netto rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken 12,3% per jaar (op samengestelde basis berekend) geweest. Sinds 1 januari 2005 bedraagt het jaarlijks behaalde samengestelde rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken 6,4% netto. Dat het systeem niet zonder risico is, blijkt uit het feit dat sinds 2005 de maximale waardedaling van de portefeuille 65% (2008) is geweest. Koersdalingen van 10% tot 20% komen vaker voor, maar min 65% (van hoog naar laag) is sinds 2005 slechts eenmaal voorgekomen.

Zo nu en dan is een relatief groot deel van de portefeuille liquide

Als aandelen over de hele linie te duur zijn geworden aandelen verkocht en worden er geen nieuwe aandelen voor in de plaats gekocht. Daarmee wordt een dekking ingebouwd tegen koersdalingen, met als gevolg dat een relatief groot deel van de portefeuille onbelegd kan raken, dat wil zeggen in contanten wordt aangehouden bij tijd en wijle. Dit is een essentieel onderdeel van de strategieQuis est tam dissimile homini. Cur id non ita fit? Tum Triarius: Posthac quidem, inquit, audacius. Ut proverbia non nulla veriora sint quam vestra dogmata Copyright Vladeracken. Zij zorgt voor een aanmerkelijk daling van het risico van de strategieQuis est tam dissimile homini. Cur id non ita fit? Tum Triarius: Posthac quidem, inquit, audacius. Ut proverbia non nulla veriora sint quam vestra dogmata Copyright Vladeracken. Dit blijkt in de praktijk in dit model echter zelden voor te komen.

Moment van evaluatie en aantal posities

De fundamentele analyseEen analyse techniek die zich richt op de redenen van de markt-bewegingen. Benjamin Graham wordt beschouwd als de grondlegger van de Fundamentele Analyse. Copyright Vladeracken van ondernemingen vindt doorlopend plaats, maar nieuwe dat zijn er in feite alleen wanneer taxaties worden aangepast (doorgaans na elk kwartaalbericht) en wanneer jaarcijfers gepubliceerd worden. Maximaal worden 10 aandelen in portefeuille aangehouden. Sinds 2005 is er slechts gemiddeld 3,5 keer pr jaar gehandeld.

Valutarisico

Omdat er alleen aandelen gekozen worden die een notering in Europa hebben is er doorgaans geen valutarisico verbonden aan de aandelen. De noteringen luiden vrijwel allemaal in €. Valutarisico’s bestaan dan nog wel, maar die zitten in de operationele activiteiten van de ondernemingen zelf, niet in de koerstrends van de aandelen.

Risico’s

Concentratierisico

Door het beperkte aantal van 8 tot 12 aandelen dat voor een cliënt op enig moment in portefeuille kan worden aangehouden, ontstaat de kans dat de spreiding van risico’s in de portefeuille slechts beperkt is. Bovendien is het mogelijk dat er meerdere aandelen in dezelfde sector opgenomen worden. Ook komt het regelmatig voor dat markten door andere dan fundamentele trends gedreven worden. In die gevallen zal een waardemodel een achterstand op de algemene beursindices opbouwen. Op termijn wordt die achterstand steevast ingelopen, maar men moet dan wel geduld hebben.

Volatiliteit

Beleggingen die sterk stijgen kunnen ook sterk in waarde dalen.

Vertragingsrisico

De analysemethodiek baseert zich op historische cijfers. Jaarrekeningen worden meestal pas enkele maanden na afloop van een jaar gepubliceerd. De methodiek heeft dus inherent een vertraging van vele maanden op de actuele ontwikkelingen van een onderneming. Bovendien waarborgt een goed fundament een portefeuille niet tegen koersdalingen van algemene aard.

Beleggers wordt derhalve aangeraden om niet met behulp van deze systematiek het gehele vermogen te beleggen maar binnen het gehele vermogen zelf een spreiding aan te brengen. Als bouwsteen in het totale vermogen kan dit een prima aanvulling op het totaal vormen.

Overige informatie

Deelname in de PrijsWaarde Methode is mogelijk vanaf € 50.000 per account. Kosten voor beheer zijn 1,2% per jaar excl. BTW te berekenen in half jaarlijkse termijnen bij aanvang van de periode. Daarnaast wordt een performance fee berekend van 15% van de meerwinst boven een jaarlijks rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken van 8%. Verliezen uit voorgaande periodes dienen eerst ingelopen te worden, voor de 8% benchmark geldt geen compensatie eis met terugwerkende kracht.

De waarde van uw beleggingen kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Den Haag, 12 februari 2018
Vladeracken Vermogensbeheer
Gijsbrecht K. van Dommelen

www.vladeracken.nl

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *