Onze macro-economische visie voor de komende jaren

De ongekend lage stand van de rente en de daaruit voorvloeiende slechte opbrengsten stellen de belegger voor de vraag wat hij moet doen met zijn vrij belegbare middelen. Moet hij (blijven) beleggen in vastrentende waarden en zo ja op welke termijn of moet hij zijn heil elders gaan zoeken? Hieronder geven wij onze lange termijn visie.

Wij zien drie redenen die aan de basis liggen van de lage rente van vandaag:
1. De enorme injecties in de economie van liquide middelen door de Centrale Banken via verschillende programma’s zoals daar zijn de QE1, QE2 en het Twist programma van de FED en de opkoopprogramma’s van obligaties en het LTRO-programma van de ECB. Ook steunoperaties door het EFSM/ESM vallen hieronder, evenals de operaties van veel andere Centrale Banken in de wereld;

2. De vlucht van veel kapitaal uit de landen in moeilijkheden van de Eurozone naar door beleggers geachte “veilige” landen;

3. De verwachtingen van de markt ten aanzien van de economische ontwikkelingen en in het kielzog daarvan de inflatie.

Injecties van liquiditeiten

Zonder twijfel is dit de belangrijkste directe reden voor de lage rente van vandaag de dag. Maar het ingrijpen door Overheden / Centrale Banken zal slechts een tijdelijk effect hebben. Men mag ervan uitgaan dat binnen enkele jaren, als de crisis opklaart, terugkoop- en aflossingsprogramma’s in werking treden. Voorlopig zal er echter uit deze zeer onvoorspelbare, politiek gedreven en centraal geleide acties een drukkende werking uitgaan op de rente. Wel achten wij het waarschijnlijk dat het hoogtepunt van deze invloed achter ons ligt, zij het dat er nog het gevaar dreigt dat de bezuinigingsmaatregelen in Europa de gezamenlijke economie van Euroland in een deflatoire spiraal brengen. Op langere termijn, zeg drie tot vijf jaar, zal deze druk op de rente wegvallen.

Vlucht van kapitaal

De kapitaalmarkt wereldwijd werkt als een stel communicerende vaten. Wat hier voor een tekort aan liquide middelen zorgt, veroorzaakt elders een overschot. Ook de Europese kapitaalmarkt is als zelfstandige eenheid hiermede vergelijkbaar. Als het kapitaal stroomt van Italië naar Duitsland zorgt het bij onze Zuiderburen voor een stijgende rente, terwijl onze Oosterburen de rente dan zien dalen. Maar zodra duidelijk wordt, dat de zwakke landen de maatregelen genomen hebben om uit hun dal te geraken c.q. de sterke landen maatregelen hebben genomen om de zwakkeren uit hun impasse te helpen, keert het vertrouwen in de Zuidelijke landen terug en draait het spel dus om. Ook hier geldt dus dat de druk die van de vlucht van kapitaal naar het Noorden uitgaat beperkt in de tijd zal zijn.

Inflatieverwachtingen

De mate van inflatie is van oudsher de bepalende factor voor de hoogte van de rente. De directe invloed van de argumenten onder 1 en 2 zijn slechts tijdelijk (ook al kan hun invloed lang duren). Maar naast de directe invloed van de geldscheppende acties van de overheden hebben deze ook een indirecte invloed en wel via de inflatie. Wij willen vooropstellen dat wij niet geloven dat die hogere inflatie er snel zal komen. Het CBS verwacht voor Nederland tot in 2014 juist een verder dalende inflatie. Maar wel is het zo dat de markt een hogere inflatie verwacht door de enorme geldcreatie die de Centrale Banken wereldwijd als oplossing hebben bedacht voor de kredietcrisis. Geldschepping zonder conforme toename van goederen/diensten (economische groei) betekent dat de prijzen gaan stijgen. De geldscheppende acties van de Centrale Banken hebben dus naast een directe invloed (zie onder 1) ook een indirecte invloed op de rentestand want een hogere inflatie betekent een hogere rente.

Wij zullen hieronder ruimer aandacht besteden aan de inflatie.

Verkeersvergelijking van Fisher

De wet van Fisher stelt:

M * V = P * G

Waarbij M staat voor de geldhoeveelheid in het systeem, V staat voor de Velocity of omloopsnelheid van dat geld, P staat voor de prijzen van alle goederen en G staat voor de totale voorraad goederen en diensten in het systeem.

Wie er van uitgaat dat de inflatie gaat stijgen door de geldscheppende werking van de centrale banken vergeet daarmee één ding. In de vergelijking van Fisher wordt ook rekening gehouden met de omloopsnelheid van geld. Een Euro kan elke dag meerdere malen gebruikt worden, waardoor zonder geldcreatie toch de totale waarde van alle goederen en diensten bij elkaar beïnvloed kan worden.

Deleveraging

Het proces van “deleveraging” dat momenteel wereldwijd bij zowel banken, andere bedrijven als ook particulieren en inmiddels ook sommige overheden een grote vlucht neemt zet juist die omloopsnelheid onder druk. Deze drie (vier) groepen zijn massaal aan het sparen en schulden aan het aflossen en onttrekken daarmee geld uit het “systeem” hetgeen zichtbaar is in een scherpe verlaging van de omloopsnelheid van geld. Dit proces gaat sneller dan de geldcreatie van de Centrale Banken met als gevolg minder bestedingen, minder afname van producten en dus een recessieomgeving met juist dalende inflatie.

Scenario’s voor Europa.

Voor de problemen in de Eurozone kunnen verschillende scenario’s worden onderkend.

1. de € valt uit elkaar
1.a) Het eerste scenario is dat van het uiteenvallen van de euro. De kans dat daarbij Griekenland en / of andere landen uit de Euro stappen is alleen te voorzien als vanuit de lokale bevolking een soort politieke revolte ontstaat waarbij een land besluit om zich niet aan de door Europa opgelegde spelregels en bezuinigingen te houden.

1.b) De kans dat landen als Duitsland en Nederland juist uit de Euro stappen is groter. Hier is vooral de kostprijs van het overeind houden van de € en de invloed hiervan op het stemgedrag van de lokale bevolking in deze landen van belang. Hoe het ook zij, het LTRO-programma van de ECB heeft ertoe geleid dat banken een steeds kleinere blootstelling hebben aan overheden van landen waarin zij niet actief zijn zodat de meeste banken niet meer in de problemen komen als de Euro in tweeën wordt gehakt. Maar de Noordelijke landen moeten in dat geval wel rekening houden met een forse recessie omdat zij dan plotsklaps aanzienlijk duurder zullen worden dan de Zuidelijke landen die daarmee minder uit het Noorden kunnen inkopen en beter met het Noorden zullen kunnen concurreren. En dat leidt in de Neuro-zone weer tot deflatie en een verdere daling van de rente, niet tot inflatie!

2. De € valt niet uit elkaar maar blijft lange tijd in een staat van (semi)crisis
In dit scenario hobbelen wij van crisis naar crisis en wordt elke stap begeleid met de creatie van nog meer geld. De problemen in Spanje en mogelijk uiteindelijk Italië kunnen alleen binnen de € worden opgelost als de geldkraan wordt opengehouden. Ondertussen zal het integratieproces in Europa met horten en stoten verder gaan en blijven de andere spelers in de economie sparen. Ook in dit scenario blijft de inflatie voorlopig laag en zal de rente dus slechts binnen een beperkte lage range, relatief lang heen en weer bewegen.

3. Het optimistische scenario
In het optimistische scenario gaan de maatregelen van Europa werken, komt de Spaanse begroting weer op orde, loopt de Italiaanse begroting niet uit de hand en werkt het medicijn van de ECB. Dan klimt Europa langzaam maar zeker uit het dal. Maar ook dan zal het nog wel enkele jaren duren voordat deze klim gaat leiden tot tekorten in de economie van een orde van grootte die tot inflatie gaat leiden.

De Vergrijzinggolf

Naar onze inschatting zal pas wanneer de vergrijzinggolf voor minder werkloosheid gaat zorgen en met name de consument meer heeft gespaard de inflatie weer gaan toenemen. Dit proces komt langzaam op gang omdat de dan dalende werkloosheid deels gepaard gaat met een groeiende arbeidsproductiviteit. In gewoon Nederlands betekent dit dat hetzelfde werk met steeds minder mensen gedaan gaat worden doordat wij efficiënter gaan werken.

Conclusie vanuit de fundamentele factoren

Wij voorzien in de komende jaren (lees meer dan drie) een lage, gematigde inflatie. Maar als na een aantal jaren het door de ECB gecreëerde geld nog steeds rondklotst en zeker als de LTRO-faciliteit, na de voorgeschreven drie jaar niet wordt afgelost, kan het hard omhoog gaan.

Dat betekent dus, dat wij in de komende (tenminste) drie jaar met blijvend lage rente-niveau’s rekening moeten houden. Wel verwachten wij dat in Europa de rente weer gaat convergeren met een licht stijgende rente in Nederland en Duitsland tot gevolg. De 10-jaarsrente zou in deze fase kunnen fluctueren tussen 1,5% en 3,75% met een minimum doel van 2,75% in eerste aanleg (zie figuur 1). De uitgifte van euro-obligaties door landen in moeilijkheden (sterke landen geven eigen obligaties uit, maar garanderen euro-obligaties) kan dit proces versnellen. Alleen als wij een forse depressie ingaan zal de rente in Nederland verder dalen. Maar om hiervan uit te gaan is het nog te vroeg.
De Rente vanuit een Technisch Oog

In figuur 1 vindt u het effectieve rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken van 10-jarige Nederlandse staatsobligaties op maandbasis sinds 1987.

Figuur 1

Sinds begin jaren tachtig al is de rente aan het dalen. De beide voortschrijdende gemiddeldes (10-maands en 3-maands; zie de rode en de blauwe lijn) zijn dalende. Er is duidelijk sprake van dalende toppen en dalende bodems. Er hoeft dus niet getwijfeld te worden aan de “baisseEen term die gebruikt wordt voor een beurs waarop over een breed front de koersen dalen. Copyright Vladeracken” waarin de rente zich bevindt. Tussen 2005 en 2007 is de eerste lange termijn dalende trendDe richting van de markt. Een opwaartse trend wordt gekarakteriseerd door een opeenvolging van hogere bodems en hogere toppen. Een neerwaartse trend wordt gekarakteriseerd door een opeenvolging van lagere bodems en lagere toppen. Copyright Vladeracken gebroken. De dalende trendDe richting van de markt. Een opwaartse trend wordt gekarakteriseerd door een opeenvolging van hogere bodems en hogere toppen. Een neerwaartse trend wordt gekarakteriseerd door een opeenvolging van lagere bodems en lagere toppen. Copyright Vladeracken vertraagt daarmee. In de afgelopen twee maanden is sprake van een fors omkeerpatroon. En in veel kortere termijn grafieken is al enige tijd sprake van flinke positieve divergenties. Dit duidt er allemaal op dat de markt aan een bodemproces begonnen is.
De tijdsafstand tussen de toppen en de bodems in de afgelopen 23 jaar was gemiddeld ruim 2 jaar met uitschieters van 4 jaar en van 9 maanden.

Renteconclusie

Het meest logische scenario is dat de weerstand op 2,29% op kortere termijn zal worden gebroken. Daarna ligt er een tweede weerstand op de weg omhoog op 3,05%. Een daling zou dan kunnen worden verwacht, die echter niet door de steun op 2,29% zal vallen. Daarna zou een opmars kunnen beginnen waarbij in ieder geval het niveau van 3,75% zal worden bereikt. Uitgaande van het verleden zou dit een periode kunnen bestrijken van 6 jaar, waarvan twee jaar zijn verstreken. Dit scenario valt wonderwel samen met de uitspraken zoals gedaan hierboven onder het fundamentele gedeelte van dit artikel.

De Weg voor de Belegger

Het heeft voor de belegger geen enkele zin om te blijven beleggen in staatsobligaties die een rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken opleveren van 1 tot 2%, als men aanneemt dat de inflatie op een niveau van 2 tot 3% zal blijven. Ook een belegging in kortlopend staatspapier brengt onvoldoende op. Betere mogelijkheden voor hem zijn:

1. Deposito’s

Op dit moment zijn (nog) percentages mogelijk van boven 2,7%. Dit is dus al veel interessanter. Zolang u maximaal €97.000 (€100.000 – 3%) vastlegt per bank maakt u in de komende jaren een voor deze tijd redelijk rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken dat staatsgegarandeerd is.

Er zijn nog steeds zeer goede obligaties van het bedrijfsleven te vinden met goede tot redelijke zekerheid, die een acceptabel rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken bieden. Wij wijden met enige regelmaat artikelen aan deze mogelijkheid en zullen dat blijven doen. Deze obligaties dienen een looptijd te hebben die bij voorkeur niet langer is dan 4 tot 5 jaar, omdat men daarna in de mogelijkheid moet verkeren om van betere rendementen te profiteren en omdat de economische conjunctuurcyclus 4 jaar bedraagt. De vooruitzichten van met name meer cyclische ondernemingen zijn aanzienlijk moeilijker in te schatten als men over een conjunctuurcyclus heen wil kijken.

2. Obligaties

Er zijn nog steeds zeer goede obligaties van het bedrijfsleven te vinden met goede tot redelijke zekerheid, die een acceptabel rendementDe uiteindelijke opbrengst van een belegging. Bij aandelen bestaat het uit het dividend vermeerderd of verminderd met het koers-resultaat. Copyright Vladeracken bieden. Wij wijden met enige regelmaat artikelen aan deze mogelijkheid en zullen dat blijven doen. Deze obligaties dienen een looptijd te hebben die bij voorkeur niet langer is dan 4 tot 5 jaar, omdat men daarna in de mogelijkheid moet verkeren om van betere rendementen te profiteren en omdat de economische conjunctuurcyclus 4 jaar bedraagt. De vooruitzichten van met name meer cyclische ondernemingen zijn aanzienlijk moeilijker in te schatten als men over een conjunctuurcyclus heen wil kijken.

3. Aandelen

Een oplossing kunnen ook de grote Europese ondernemingen bieden die wereldwijd opereren maar in € rapporteren, met een redelijk tot goed dividendrendement (Koninklijke Olie betaalt momenteel ruim 5% dividend per jaar) en die in staat zijn om hun prijzen te verhogen naar gelang inflatie toeneemt dan wel die hun omzet en winst voor een belangrijk deel uit niet-€-markten en niet-$-markten halen. Daarnaast moet naar ondernemingen gekeken worden die geen last hebben van concurrentie en hun eigen prijzen kunnen vaststellen. Dat kunnen bedrijven zijn met specifieke technologische kennis (en veel patenten), maar ook bedrijven in een markt met een hoge toegangsdrempel. En ten slotte kan er gekeken worden naar bedrijven die stabiel maar stevig groeien in een markt die groot genoeg is om de groei vol te kunnen blijven houden.

4. Onroerend goed

Wij beleggen voor onze cliënten uitsluitend in beursgenoteerde effecten. Over de huizen- en kantorenmarkt zult u ons dus niet horen tenzij dat dienstig is aan de analyse van beursgenoteerde onroerend goed maatschappijen of onze algemene beleggingsvisie. Feit is dat inflatie positief is voor onroerend goed. Maar de wereld kent een enorme overcapaciteit aan kantoorpanden en in veel landen is ook de woningmarkt uit het lood geslagen. Uiteindelijk zal de vergrijzinggolf de behoefte aan woningen en kantoren sterk gaan beïnvloeden waarbij de kantorenmarkt voor een langere tijd onder druk komt te staan. De huizenmarkt zal, zolang in een land de bevolking groeit, wel weer op zijn pootjes terecht  komen. Ook de winkelmarkt is bezig met een flinke sanering al was het maar omdat u en ik steeds meer via het internet onze boodschappen doen. Voor de belegger is de onroerend goed markt daarmee alleen een interessant alternatief voorzover het huizen en A1-kantoren en –winkelpanden betreft. Maar getuige onze opmerkingen hoeft u hier geen haast te hebben. In onze technische analyses zijn nog maar bar weinig koopsignalen te vinden bij aandelen van onroerend goed fondsen. In ons universum houden wij het voorlopig bij Unibail-Rodamco aangezien hier het dividendrendement relatief hoog is en de kwaliteit van de portefeuille verhoudingsgewijs eveneens hoog is.

5. Grondstoffen en edelmetalen

Ook deze categorie is natuurlijk interessant als de inflatie oploopt. Maar zolang inflatie geen rol van betekenis speelt en er niet allerlei catastrofes plaatsvinden zoals bijvoorbeeld oorlogen of ecologische en natuurrampen, is beleggen in deze categorie een vrij cyclische aangelegenheid die rechtstreeks afhankelijk is van de economische activiteit in de wereld. En daarbij is de wereld groter dan alleen Nederland. Als het hier niet goed gaat hoeft dat niet te betekenen dat het in Brazilië ook niet goed gaat. Olieprijzen dalen en stijgen niet omdat wij al dan niet in een recessie zitten, maar omdat de hele wereld in een conjunctuurdal zit of daar juist uit komt. Wij benaderen deze categorie in onze analyses op dezelfde wijze als de aandelenmarkten.

Wij zullen in de komende tijd voorbeelden uit elk van deze categorieën de revue laten passeren.

Den Haag, 29 juni 2012
Gijsbrecht K. van Dommelen
Vladeracken Vermogensbeheer

Disclaimer
De auteur is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Vladeracken BV, een vermogensbeheerder met vergunning van de AFM. Vladeracken belegt en/of heeft belegd in sommige van de hier besproken effecten voor haar cliënten. Dit stuk is geen beleggingsadvies. Wie in de hier besproken effecten belegt of wenst te beleggen doet dat voor eigen rekening en risico. In dit kader wijzen de auteur en Vladeracken BV alle verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit stuk van de hand. De besproken effecten zijn niet risicoloos.